I get by with a little help from my friends

Vroeger was het makkelijk. Je liep naar iemand toe in de speeltuin en zei: ‘Wil je vrienden worden?’ ‘Ja,’ zei de ander en de vriendschap was een feit.

Op een gegeven moment bereik je de leeftijd dat het niet meer zo makkelijk is. Je houdt je bezig met werk en de vrienden die je al hebt. Daar vallen er ook een paar van af. Je hebt het gewoon te druk voor al dat sociale gedoe. Dat is hoe het gaat toch?

Nou, bij mij eigenlijk niet. Sinds ik in Utrecht woon, kan ik het bijna niet meer bijhouden met al die leuke mensen. Ik heb de mensen die in Utrecht wonen en met wie ik al bevriend was. Dan heb ik de vrienden verspreid door het land. En dan zijn er opeens allemaal mensen die ik ontmoet.

Ik ga verhuizen naar Utrecht en kom erachter dat mijn buurvrouw óók Laura heet (heb ik weer). Zoals het de naam betaamt, blijkt ze ook nog eens aardig te zijn. Nu is het ook niet zo moeilijk om een betere buur te zijn dan mijn vorige buurman, maar toch.

Ik ga op theatersport en kom erachter dat een van mijn medespelers hetzelfde werk doet en fijn is om mee te praten.

Ik ga naar zelfverdediging en blijf uren buiten in de kou praten met degene tegen wie ik moest ‘vechten’.

Ik ga op improvisatietheater en ik speel met iemand van wie ik meteen denk: wij zouden vrienden kunnen zijn.

Ik weet niet of ik al echt vrienden ben met deze mensen (kan iemand dit even bevestigen ofwel ontkennen), maar de potentie is er in ieder geval. Ligt het aan Utrecht? Ligt het aan mijn houding? Ben ik gewoon een fantastisch persoon? Ik weet het niet, maar ik ben er blij mee.

Het lot bestaat: de meant to be-heid tussen Char Mander en mij

Het was een donderdagochtend. Ik had net twee hele lange uren hoorcollege moeten doorstaan en daarmee was het nog niet afgelopen, want nu begon het werkcollege. Als premasterstudent ben je eigenlijk een buitenbeentje, een n00b, een nobody. Maar terwijl ik stond te wachten, raakte ik – voormalig verlegen persoon, hoewel de meningen daarover verschillen – toch aan de praat met mijn studiegenoten.
‘Zit je in je eerste jaar?’ vroeg ik aan het meisje naast me dat er wel aardig uit zag. Ik was er namelijk van overtuigd dat dit een eerstejaarsvak was.
‘Nee, in het tweede jaar,’ zei ze.
Shit, iemand beledigd en ook een hoger niveau dan ik had gehoopt bij zo’n stom vak.
Maar ze bleek niet echt beledigd te zijn. We zaten naast elkaar in de werkgroep en daar kwam het: de connectie. Ze begreep mijn humor, ze praatte zelfs terug met dezelfde humor en… het was magisch.

De magie hield echter niet op. Op de één of andere manier kwam ik aan haar e-mailadres of zij aan de mijne (niet heel romantisch, ik weet het, maar toch). Ze stuurde me een mail en toen dacht ik: hmm, ik ken dat e-mailadres ergens van.

Let wel: ik heb geen fotografisch geheugen (ik kan makkelijk een film van een jaar geleden weer zien en dan toch nog verrast zijn door het einde) en ze had ook geen opvallende naam. Laten we haar Char Mander noemen (want pokémon is awesome). Weet je wat, dacht ik, ik google de naam. Er kwamen allerlei mensen uit, maar niet één waarvan ik dacht: oh ja.

Weet je wat, dacht ik, ik doe eens gek, ik vul haar e-mailadres in op mijn blog.

Bingo.

Ik was geschokt, verbaasd, flabbergasted. Want wat bleek? Char Mander was vroeger zelf een blogger geweest, ik had zelfs een brief naar haar gestuurd, ze had nog maar een paar dagen voor onze ontmoeting gereageerd op mijn blog. En dat terwijl ik mijn blog zelfs aan haar had laten zien. En ze zei niets! Waarom? Wat is er aan de hand? Wat is dit voor mysterie? De rest van de dag kon ik niets doen, omdat ik in shock was, maar ik weigerde om haar te mailen en te vragen om het antwoord, want ik wilde haar confronteren in real life: WHAT THE FUCK, CHAR?

Diezelfde avond kreeg ik een mailtje van haar: ‘OMG, volgens mij heb jij een keer een brief naar mij geschreven!’

Tss. dacht ik. Doe maar alsof je er nu achter komt, achterbaks wijf. Ik heb je wel door. Dus dat zei ik toen ik haar weer zag.
‘Je hebt in september nog op mijn blog gereageerd!’
Nu was zij op haar beurt flabbergasted.
‘Huh, echt niet?’
Wat bleek (ik ging meteen op speurtocht tijdens het werkcollege in plaats van naar dingen over epistemologie te luisteren), haar zusje zat wel eens op haar account en reageerde daarmee op mijn blog. Dat zusje op haar beurt geloofde weer niet dat ik, dé famous Lauradenkt (oké, misschien heeft ze het niet in die woorden gezegd) naast Char Mander in het werkcollege zat. Ze geloofde het pas toen ik iets in Char Manders schrift schreef en zei dat ze zo’n lelijk handschrift uit duizenden zou herkennen…

Char Mander kon niet geloven dat dit gebeurde, maar eerlijk gezegd overkomen mij wel vaker dit soort dingen in de soap die mijn leven heet. In ieder geval, toeval bestaat niet, Char Mander en ik zijn voorbestemd, in een platonische relatie/vriendschap en dat bleek wel toen ik bij haar bleef eten en het opeens elf uur was.

Ik had niet verwacht vrienden te maken tijdens mijn premaster (niet op een ‘I’m not here to make friends’ – America’s Next Top Model-manier), maar ik ben blij dat het is gebeurd.

Char Mander, you and me forevah, babe.