Waar ligt de grens?

Ik heb iets leuks voor jullie. Ja, echt waar. Jullie krijgen namelijk de kans om mij te helpen met een paper.

‘Oh, ik had gehoopt op een winactie.’
Ga weg, jij materialistische, oppervlakkig persoon!

Goed, een paper dus. Het is voor een vak over ethiek, volgens de definitie van Van Dale: het geheel van morele principes. Denk aan voorbeelden als proefdieren, zelf 1 kind doodschieten en 9 anderen laten leven of de rebellen alle 10 de kinderen laten doden (ja, heftig).

Nu kwam ik door Char Mander op een idee. Of eigenlijk door studiegenoten van haar zusje. Die hadden namelijk het idee opgevat om voor een opdracht van school (de design academy) een konijn te slachten. In de opdracht stond namelijk dat ze zichzelf pijn moesten doen en ze besloten dat dit voor evenredig veel mentale pijn zou zorgen. Je snapt wel dat er een hele discussie ontstond in de groep.

Daarop kwam ik op het volgende: waar ligt ethisch gezien de grens bij kunst? Ik moest ook meteen denken aan een tentoonstelling bij museum Volkenkunde (die nu overigens voorbij is helaas) van Jimmy Nelson. Dat is een fotograaf die stammen en volkeren van over de hele wereld fotografeert. Maar sommige mensen willen dat helemaal niet en toch doet hij het. Is dat gerechtvaardigd, omdat het kunst is of niet?

Ik wil deze vraag behandelen aan de hand van een case study zoals het konijn en Jimmy Nelson. Maar eigenlijk wil ik een ander voorbeeld/case study. Dus nu is de vraag aan jullie, en voel je vereerd: weten jullie misschien iets? Mijn dank zal groot zijn en zich misschien uiten in één of ander materialistisch iets.

Studeren op je 19e vs studeren op je 23e

Op mijn 19e begon ik na de middelbare school aan de studie Literatuurwetenschap in Leiden. Voornamelijk vanwege de alliteratie (‘Hoi, ik ben Laura en ik studeer Literatuurwetenschap in Leiden, want ik houd van lezen.’), nou oké vooruit, ook omdat het me een leuke studie leek.
En het was ook een leuke studie. Maar toch is het zoveel anders nu ik 23 (!!!) ben en bezig ben met een pre-master Wijsbegeerte, wat ook uit allemaal bachelorvakken bestaat. Laten we de verschillen eens op een rijtje zetten (‘Kom, laten we het niet doen.’ ‘Houd je mond joh, flapdrol’).

Studeren op je 19e:
– Alles is spannend! De studie (ik begrijp echt niets van dit vak en oh mijn god, ik moet zoveel voor het tentamen weten en oh mijn god, ik moet zoveel papers schrijven en oh oh oh mijn god), de studiegenoten (oh nee, sociaal contact!), de stad (shit, ik ben alweer verdwaald), maar vooral de toekomst (hoe gaat het in godsnaam ooit goed komen?)
– Minstens elke week een paniekaanval, omdat ik er niets van snap.
– Ik voel me zo’n ontzettende loser. Ik word omringd door superduperslimme nerds die alles weten, terwijl ik constant met een vraagteken op mijn voorhoofd rondloop.
– Mensen zeggen: ‘Wat kun je er eigenlijk mee, Literatuurwetenschap?’ ‘De daklozenkrant verkopen.’ ‘Oh nou ja, je hebt nog even.’ (‘Om te switchen’ zeggen ze erna in hun hoofd).
– Al mijn oude klasgenoten doen één of andere vage studie, of het nou Flappendrollenkunde is of Elektrische Flapdrolwetenschap.
– Studeren op je 19e is leuk.

Studeren op je 23e:
– Beginnen aan een studie? Been there, done that. Studiegenoten? Soortgenoten bedoel je. De toekomst? Ehm ja, ik heb in ieder geval iets meer hoop dat het goed gaat komen, maar houd voor de zekerheid maar een baantje bij de McDonald’s voor me vrij.
– Ik denk dat ik het snap. Totdat ik bij het college aankom.
– Ik behoor tot de superduperslimme nerds die alles weten (oké grapje, I wish, maar het vraagteken op mijn voorhoofd is weg).
– Mensen zeggen: ‘Wat kun je er eigenlijk mee, filosofie?’ ‘Ik ga hier niet eens antwoord op geven.’ ‘Nou… Succes dan maar…’
– Al mijn oude klasgenoten zijn afgestudeerd en werken, op de paar losers na zoals ik die uitloop heeft.
– Maar studeren op je 23e is leuker.

Het nadeel van Literatuurwetenschap en Wijsbegeerte studeren

Nee, het is niet dat je er 0 euro’s mee verdient.

Nee, het is niet dat iedereen vraagt: ‘En… wat kun je daar nou eigenlijk mee?’

Het gaat erom dat je je veel meer bewust bent van je eigen fouten en überhaupt van vervelende dingen in het leven. Nu ben ik sowieso al geen positief zonnestraaltje dat strooit met uitspraken als ‘Ik accepteer mezelf zoals ik ben.’ of ‘Na regen komt altijd zonneschijn’. Maar het is er niet beter op geworden.

Neem nou Literatuurwetenschap. In Leiden is één van de specialiteiten gender. Ik vind het heel boeiend, maar het verontrust me ook wel. Want daardoor is het me nóg duidelijker geworden dat er een verschil is tussen hoe mannen en vrouwen worden behandeld en erger nog: dat dat waarschijnlijk nooit echt over zal gaan (want we hebben die tweedeling ook nodig om de wereld in te delen) en dat ik het zelf ook in stand houd (door bijvoorbeeld lief met mijn ogen te knipperen als de conducteur langskomt en vergeten ben in te checken).

En filosofie. Door deze studie ben ik me vooral bewust van mijn eigen fouten. Verkeerde denkpatronen, bepaalde vooroordelen… I’m guilty. Iedereen is guilty. Maar het is vervelend om te weten dat je het verkeerd doet en het desondanks tóch blijft doen. Verandering is niet altijd even makkelijk namelijk.

Maar goed, het levert natuurlijk ook weer veel op, zo’n studie Literatuurwetenschap en Wijsbegeerte. Behalve geld. Dat dan weer niet.

Het gonst overal van de meningen

‘Belachelijk dat zwarte Piet weg moet!’
‘Die juweliersvrouw had het volste recht om die inbreker neer te schieten.’
‘Hoofddoekjes zouden verboden moeten worden.’

Ik noem zomaar wat meningen (let wel: NIET mijn mening, eigenlijk precies het tegenovergestelde). Ze gonzen overal, je hoeft maar op de bus te wachten of je wordt al bestormd met de mening over dit of dat, al is het maar over het weer. Vermoeiend eigenlijk. Vooral omdat ze vaak op weinig gegrond zijn.

Vaak worden mensen in dit soort discussies heel boos (toegegeven, ik ook, ik kan me een verjaardag herinneren waarbij mijn broer, broertje en ik keihard tegen iemand in ging die beweerde dat een kassameisje met een hoofddoek op aanstootgevend is), maar eigenlijk is dat veel te makkelijk en misschien wel zinloos.

Een discussie moet van twee kanten komen en beide kanten moet naar elkaar luisteren en spiegelen. Dat is iets wat ik heb geleerd bij Literatuurwetenschap en houdt in dat je in je EIGEN woorden probeert uit te leggen wat de ander net zei, zodat je erachter komt of je hem/haar goed begrepen hebt.
‘Oké, als ik je goed begrijp, probeer je dan te zeggen dat roze een mooiere kleur is dan blauw?’
Je moet eerst de ander goed begrijpen, voordat je kunt reageren. En daarvoor heb je gegronde redenen, argumenten nodig. Niet aanvallen op de persoon, geen cirkelredenering, niet op basis van emotie. Nee, logica.

Socrates (één van de eerste Griekse filosofen) deed dit ook en dat heeft hem zijn leven gekost. Het zou fijn zijn als het leegdrinken van de gifbeker door hem nog iets opleverde.

Dus probeer het bovenstaande eens toe te passen. Tel tot tien, houd je woede in en luister. Wellicht leer je nog wat nieuws.

Waarom, in hemelsnaam, filosofie studeren?!

‘Filosofie? Serieus? Je gaat na Literatuurwetenschap een (pre)master filosofie doen? Alsof je daar wél een baan mee kan vinden.’

Newsflash: studeren heeft niet alleen met een carrière te maken. Ja echt. Bovenstaande citaat lijkt misschien overdreven en gemeen, maar ik heb hem toch echt gehad. Nou, als ik een studie had gekozen voor het geld, dan had ik die studie nooit gehaald, want uit geld haal ik geen motivatie (mijn bankrekening is hier getuige van).

Filosofie was voor mij als een jongen/meisje naar wie je stiekem smacht, maar niet durft aan te spreken. Bang voor de afwijzing. Net zoals je denkt: ‘Ik ben niet leuk genoeg voor die persoon.’ dacht ik: ‘Ik ben niet slim genoeg voor filosofie.’ Ja, ik had het op de middelbare school gehad en ja, daar haalde ik goede cijfers voor, maar wat zegt dat nou? Het niveau van een master ligt veel hoger dan dat. En filosofie was wel andere koek dan een *vulhiereenrandomstudiein*, dat had ik intussen wel door.

Maar ja, dan maak je de fout om voor de verkeerde master te kiezen (Algemene Cultuurwetenschappen) en sta je een half jaar later toch nog voor de keuze: wat te doen? En dan blijkt die fout misschien wel voorbestemd te zijn. Want nu kan ik zeggen dat ik wijsbegeerte studeer. Ik combineer verschillende interesses (filosofie uiteraard, maar onder andere ook geschiedenis en Oud-Grieks) en het is bovendien niet alleen maar studeren.

Ik had het er laatst over met mijn medestudenten en die zeiden het ook: filosofie studeer je niet per definitie voor een carrière, maar je wordt er ook een beter of in ieder geval nadenkender mens van. Je leert niet alles zomaar voor waar aan te nemen, nadenken over wat je zelf zegt, over wat anderen zeggen, onderbouwing te vinden voor stellingen. Dat alles leerde ik ook bij Literatuurwetenschap, maar bij filosofie ligt nóg meer de focus daarop.

Dus ja, ik ben trots dat ik filosofie studeer. Ik word er beter van. En die baan? Oh geloof me, die komt er wel.

De eerste dag

IMG_20140903_175614

Gisteren was dus mijn eerste collegedag. Vol goede moed fietste ik naar het station. Het was lekker weer, ik luisterde leuke muziek (Frank Sinatra) en had er zin in.

Tip één: ga nooit naar station Lammenschans.

Naast Leiden Centraal heb je hier in 071 ook nog station De Vink en station Leiden Lammenschans. Bij Lammenschans staan allemaal ongure types en het heeft één spoor (dat is sowieso verdacht). Alle fietsenrekken zijn vol en ja, dat is een probleem, want die lieve Leidse gemeente heeft een fiets fout = fiets weg-beleid. Gelukkig zag ik nog een fietsenrek boven (weet je wel, een fietsenrek boven een andere). Maar hij wilde niet omlaag gaan. En ik móest de trein halen. Dus ik sprak de eerste de beste knul aan, knipperde met mijn wimpers en het was gefixt.

Goed, nog op tijd dus. Alleen die trein hè, die dus niet. Vijf minuten. Tien minuten. Een kwartier.
‘De trein naar Utrecht Centraal rijdt niet.’
Het duurde even, voordat het besef kwam, maar toen kwam hij ook hard: ik zou te laat komen. Voor het eerste college. Sneu.

Natuurlijk was de bus op Utrecht Centraal ook te laat, want al het slechte komt in tachtigduizenden. Ik stormde het gebouw en daar kwam het moment: je weet dat je de deur open moet doen en dat ie-de-reen naar je kijkt. Diep inademen en gaan met die banaan.

Nou, ik zal je wat vertellen: het kwam allemaal goed. In de collegezaal bleek iemand te zitten die ik ken, het werkcollege dat erop volgde was zelfs leuk en ja, ik heb gewoon dingen gezegd. Vrijwillig. Dat doe ik dus nooit. Bovendien gingen we een spelletje raad de filosoof spelen en wist ik er het meest, dus betweter-alert.

Daarna liep ik terug door de stad naar het station. En daar kwam ik ze tegen, mijn endorfinen. Ja, ze zijn er weer: de chocoladekruidnoten.

Mijn leven is weer compleet.

Laura de (pre)filosofe

Als jullie dit lezen, zit ik misschien wel in de collegebanken. Vier jaar studie, maar ik ben weer bij het begin, want ik volg een eerstejaarsvak. Goed, dat komt omdat ik een pre-master ga volgen, maar toch, het voelt raar. (Verwachten de achttienjarige kindjes nu ook dat ik als drieëntwintigjarige alles weet en gaan ze me ook een betweter vinden? Of juist dom, als ik me niet zo gedraag? Waarom maakt het eigenlijk wat uit?)

Hoewel ik al minstens een maand bezig ben met zo hier en daar al dingen lezen en samenvatten, blijft het spannend. Ik durfde niet eerder voor filosofie te gaan, want te moeilijk, te eng. Maar enge dingen zijn er toch om te doen, zodat je je angsten kunt overwinnen?

Met die instelling ga ik er dan ook in. Ik weet dat het moet lukken: ik heb al een bachelor achter de rug, ik ben niet superdom (oké soms wel) en ik weet hoe het moet.

Van de bachelor Literatuurwetenschap (‘Wat kun je daar eigenlijk mee?’) naar de pre-master Wijsbegeerte (‘Wat kun je daar eigenlijk mee?’). Misschien weet je niet wat je ermee kan, maar ik weet in ieder geval dát ik het kan.

Maar me succes wensen mag altijd.

‘Filosofie, dat is toch heel zweverig?’

‘Filosofie, dat is toch heel zweverig?’
Dat is één van de reacties die ik krijg als ik vertel dat ik de premaster (‘Huh, was da?’) wijsbegeerte ga doen in september. De vraag die erachter komt, en ze stellen hem alsof ik hem nog nooit heb gehoord en het een hele rare vraag is:
‘Ik weet niet of ik het mag vragen, maar… wat kun je daar eigenlijk mee?’
Tja, wat kun je ermee. Een beter mens worden. Meer inzicht krijgen. Nieuwsgierig zijn. En nog veel meer.

Maar dat is niet voldoende of niet eens zo belangrijk. Je moet er geld mee kunnen verdienen, een baan krijgen (wel een duidelijke hè, niet zoiets vaags als: ‘Je kunt er eigenlijk allerlei kanten mee op.’), want dat bepaalt je identiteit.

Nou, weet je, ik ben er trots op dat ik uiteindelijk voor filosofie heb gekozen. Dat ik niet de makkelijke weg kies, maar de route die ik diep van binnen verlang. Want makkelijk is dat niet.

Laura gaat nog meer denken

Ik neem je even mee in mijn studiecarrière: het begon allemaal vier jaar geleden op de universiteit Leiden. Ik was Laura en ik ging Literatuurwetenschap in Leiden studeren. Ja, gekozen vanwege de alliteratie. Na drie jaar werd ik (met tienduizend huilbuien en woede-uitbarstingen toen ik mijn scriptie schreef) Bachelorette of Arts.

Dat is mooi, maar daarmee verdien je als alfa die baan bij een random fastfoodrestaurant nog niet. Daarvoor heb je een master nodig. Dus ging ik vol goede moed de master Algemene Cultuurwetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam volgen en… faalde. Ik haalde onvoldoendes, ik vond de studie niet leuk en ja, wat dan? Stoppen maar.

Alleen, ik stopte in januari en kon me niet meer inschrijven voor een andere master. Na een paar maanden vond ik een stage (waar ik nu mee bezig ben, een stage PR & Marketing bij Dutch Media Books) waar ik t/m juli mee bezig ben. Nu zijn jullie natuurlijk heel benieuwd wat ik hierna ga doen en terecht. Nou, hoor het trommelgeroffel op de achtergrond, want ik ga het zo meedelen:

Ik ga de pre-master Filosofie/Philosophy/Wijsbegeerte/Gekkenkunde/hoe je het ook wil noemen aan de Universiteit van Utrecht volgen om er vervolgens de master in te doen.

Ik heb al lang interesse in filosofie, maar ik durfde de stap naar deze master niet zo goed te maken, want: zou dat niet te moeilijk zijn? Dan moest ik nog een pre-master doen en zou ik al bijna tachtig zijn tegen de tijd dat klaar ben! En nog meer van dat soort smoesjes.

Ik ga het gewoon doen. Ik ga nóg meer denken.

De romantische school

20140602_191905

De afgelopen week heb ik dit boek in de trein gelezen.
‘Gadver,’ zul je misschien denken. ‘Dat vind ik helemaal niets voor jou, Laura, zo’n seksromannetje.’
Nou, lieve lezer, dat klopt, dat is helemaal niets voor mij. Gelukkig is dit ook niet zo’n bouquetding. Dit is een filosofische roman.

‘Sorry hoor,’ denk je nu. ‘Ik weet dat je flink kan overdrijven, maar dit gaat te ver.’
Heus, het is waar. Alain de Botton is een Britse filosoof en dit is zijn roman. Het verbindt liefde aan filosofie (wat ergens dubbelop is, want filo is Grieks voor houden van).

Ik HOUD van Alain de Botton (op een platonische manier) en met dit boek flikt hij het weer. Ik vind het knap hoe hij filosofie toegankelijk maakt voor de ‘gewone mens’ (a.k.a. niet-academicus). Het begint als een heuse chicklit met de immer vrijgezelle Alice, die teleurgesteld is in mannen, maar wel een romantische ziel heeft, stiekem. En dan ontmoet ze Eric! Maar in plaats van dat het boek hier afgelopen is, gaat het verder. Er wordt ingegaan op zaken als: hoe kan de macht verdeeld zijn in een relatie? Wie laat je me zijn? Waar willen we bemind om worden?

Voor de afgestudeerde filosoof waarschijnlijk niet heel interessant (ja, dat weet ik al en dat ook en boring), maar des te interessanter als je op een ietwat luchtige manier meer te weten wil komen over de relatie tussen filosofie en liefde.