Ik stond laatst voor een poppenkraam, daar zag ik mooie poppen staan.
Je zou denken dat mijn ouders mijn grootste fans zijn. Dat ze elk uur van de dag verheugd achter de computer zitten, hopend op een nieuwe blog. Ik bedoel, daar zijn het ouders voor toch? Maar nee, niets is minder waar. Ik had het tegen mijn moeder over een blog die ik had geschreven.
‘Oh, die heb ik niet gelezen,’ zei ze.
Deze blog was al van tienduizend weken geleden, dus ik moest huilen en eiste dat ik door andere ouders geadopteerd werd.
En toen kwam daar mevrouw Veltmuis.*
Het erge is, dat mevrouw Veltmuis een jaar boven mij zat tijdens mijn studie Literatuurwetenschap in Leiden. Nu moet je weten dat het gemiddelde jaar daar uit twintig mensen bestond (mijn jaar zelfs uit vijftien) en je soms een vak had met het jaar boven je (wereldliteratuur, whoop whoop), dus je kende ze. Ik kende mevrouw Velthuis niet. Als ze had gezegd dat ze wiskunde studeerde, had ik het ook geloofd (oké niet echt, ze is duidelijk een alfa).
Maar ze begon te reageren op mijn blog en langzamerhand raakten we bevriend. Elke dag vroeg ze wanneer er een nieuwe blog komt en als die er dan eindelijk was, reageerde ze binnen een minuut met een heleboel regenboogsmiley’s, omdat ze zo blij was.
Kijk, vader en moeder, zó hoort het.
Nu beschouwde ik mevrouw Veltmuis als een van de vele fans. Als je zo famous bent als ik kun je ze gewoon niet allemaal uit elkaar houden. Goed, ik ben zo groot geworden vanwege mijn fans, maar hallo, het is zó vervelend dat ik niet eens normaal naar de supermarkt kan. Dat iedereen maar met me wil trouwen. En dan al die spondeals die ik aangeboden krijg, vermoeiend.
Maar toen onthulde mevrouw Veltmuis iets wat ze al die tijd voor mij verborgen had: ze is ook famous. En nog bekender dan ik. Ze heeft namelijk in een Bassie en Adriaanaflevering gezeten (zie hierboven de roze ‘pop’ bij 4:03).
Consider me defeated.
*Ze heet niet echt zo, maar leeft nu in anonimiteit, omdat ze niet kon dealen met alle publiciteit.