Ons huis

https://www.instagram.com/p/CTDQygCoGLZ/

Ja, je kan dingen zeggen over dit huis. Dat het veel te duur is (dat zeggen vooral mensen buiten de randstad die niet snappen dat je hier niets kunt vinden voor een paar honderd euro per maand). Dat zo’n jaren 30-huis wel echt gehorig is. Dat de keuken wel erg klein is. Dat het weliswaar twee kamers heeft, maar toch krap kan zijn met twee mensen.

Maar je kan ook andere dingen zeggen. Dat het een tuin heeft. Dat het in een fijne wijk staat. Dat het wel twee kamers heeft, waardoor de één kan slapen als de ander wakker is zonder elkaar te storen. Dat er een bank past waar je languit op kunt liggen met daarachter een mooie blauwe muur. Dat Mathijs (bijna) altijd lekker eten maakt in de keuken.

Dat het wel óns huis is.*

* Of nou ja, niet helemaal, want huur, maar jullie snappen me.

What’s going on? No.4

Ik wilde een titel voor deze blog en besloot toch maar even te zoeken of ik die vaker had gebruikt: en jawel, maar liefst drie keer (zie hier, hier en hier). Tijd voor nummer vier dus na zes jaar (hoewel het leuk is om te lezen hoe mijn leven is veranderd in al die jaren).

 

  • Jullie denken vast dat het is, omdat ik nu oud ben, maar ik ga sinds een tijdje naar de fysio. Squats, lunges, rekoefeningen, op één been staan: ik houd me er dagelijks mee bezig. Enorm saai vind ik het en irritant, maar ik zal wel moeten. Ik heb namelijk al een aantal jaar last van mijn linkerknie en nee, dat komt dus nogmaals niet door ouderdom, maar door een val (“Maar ouderen vallen heel vaak.” “HOUD JE MOND.”). Al zuchtend en steunend worstel ik me door de oefeningen heen, maar wel met resultaat, want mijn linkerbeen begint steeds sterker te worden. Is dit hoe crossfitters zich altijd voelen???
  • Work, work, work natuurlijk, vooral nu ongeveer al mijn collega’s op vakantie zijn.
  • Verder speel ik vooral veel toneel en daar word ik heeeeeel erg blij van. En ook wel een tikkeltje vermoeid, want ik ben het niet meer gewend om ergens van 10.00 tot 17.00 uur te zijn (#prikkels).
  • Ik brand mijn vingers eraf met al het typewerk dat ik doe, want ik ben met allerlei schrijfprojecten bezig. Die vooralsnog geheim zijn. Wat heel irritant is. Ik weet het. Ooit, mensen, ooit.
  • De tuin krijgt ook aandacht, want mijn moestuintjes van de AH gaan als een gek, als de slakken er tenminste niet mee vandoor gaan (IK HAAT SLAKKEN).
  • En nou ja, vrienden, familie en Mathijs krijgen natuurlijk ook wel eens wat aandacht toegegooid.
  • Ik doe een poging mijn boekenkast leeg te lezen en ik denk dat ik daar in 2098 wel mee klaar ben.
  • Er worden wellicht al wat kleine voorbereidingen getroffen om ergens in het najaar een kat te nemen…
  • En vast nog veel meer, maar dat ben ik even vergeten met mijn oude hoofd.

Flirty thirty

https://www.instagram.com/p/CR7AzFHFhAZ/

Ja, het heeft wat jaartjes geduurd, maar het is nu for real: ik ben 30 geworden (om precies te zijn afgelopen zaterdag op 24 juli). Dit is wat dat betekent:

– Mensen maken je bent oud-grapjes. Inclusief ikzelf.
– Waar je in je twintiger jaren nog wat kon aanklooien, beginnen nu toch Echte Serieuze Dingen. Als je kinderen wil, is dat handig om dat tussen de 30 en 40 jaar te doen (tenzij je een man bent grrrr). Volgens de statistieken kopen mensen geen huizen meer na hun 35e als ze dat daarvoor niet al hebben gedaan, dus ik moet maar snel gaan sparen. Iemand nog een poppenhuis te koop?
– Je hebt een excuus om een fancy taart te kopen.
– Je vriend blaast 50 ballonnen op (zonder pomp ja en waarom 50? ‘Omdat er 50 ballonnen in het zakje zaten), je vrienden blazen een verjaardagskat op (de kop van de kat was jarig, zijn pootjes vierden feest) en eisen dat je een rok in de vorm van een ballonnentaart aandoet (beeld hiervan kan niet aangevraagd worden).
– Mensen schrikken als je zegt dat je 30 bent: ‘Oei… Gelukkig zit ik zelf niet niet aan de verkeerde kant van de 20.’
– Rimpels, grijze haren: ze horen bij deze jaren als yin bij yang. Tenzij je Laura heet en goede genen hebt (huidige stand: 0 rimpels en 0 grijze haren).
– Daarover gesproken. Ik ben gelukkig laatst nog 22 geschat, dus een gelukje: ik zie er in ieder geval niet uit als 30.
– En natuurlijk is 30 eigenlijk helemaal niet zo oud. Of zoals Kwangie zei: “Eerlijk gezegd werd het vanaf 30 pas écht leuk.’

Beter heeft ze gelijk.

Een verslag van de eerste week samenwonen

https://www.instagram.com/p/CPgjI_alRgZ/

Precies een week geleden gingen Mathijs en ik samenwonen. Dat begon natuurlijk met zijn verhuizing en hoewel ik al eerder heb gezegd ‘doe het niet’, ging het niet anders. Nog een extra tip: ga NOOIT verhuizen als je op de vierde verdieping zonder lift woont. Doe het jezelf en je omgeving niet aan. Of nou ja, eigenlijk gaat daar nog een tip aan vooraf: ga NOOIT op de vierde verdieping zonder lift wonen, want daar ondervind je elke dag weer de nadelen van.

Want die trappen naar zijn vorige huis, jongens, die hebben veel slachtoffers gemaakt. Het verhuiscomité bestond uit Mathijs, zijn moeder, zijn huisgenoot en ik. Zijn moeder was al uitgeschakeld en werd dus verantwoordelijk gemaakt voor het inruimen van de bus. Als eerste werd ik slachtoffer: dat mijn knie wel eens bij de trap omhoog vervelend doet, wist ik al, maar toen dat ook naar beneden pijn begon te doen, moest ik afhaken. Het derde slachtoffer was de huisgenoot die last van zijn schouder kreeg. Alleen Mathijs hield nog moedig stand.

Nog een tip, ja, het zijn er veel vandaag: ga ook niet verhuizen als het warm is.

Nou tel daar nog een uur wachten in de rij voor de stort bij op en je denkt: we blijven voor altijd in dit huis wonen. Maar aangezien ik gemiddeld elke twee jaar verhuis, zullen we volgend jaar vast weer dezelfde hel moeten doormaken.

Maar goed, de eerste week. Ik zet het even op een rijtje:

– Je zou denken dat als je al een keer eerder samengewoond hebt je enorm ervaren bent. Maar schijnbaar is het heel anders om samen te wonen als jij al in het huis woont in plaats van dat je samen naar een ander huis gaat. Voordeel van nu: het is maar een halve verhuizing en het voelt al als thuis, dus minder stress. Nadeel van nu: je moet twee keer verhuizen.
– Daarover gesproken: ik had natuurlijk wel eerder samengewoond, maar daarna ook weer zes jaar in mijn eentje. Het adagium ‘samen spelen, samen delen’ van vroeger is opeens weer relevant. En ja, heb je haar weer met haar introvert-zijn, maar ja, ik ben dat dus en Mathijs niet. En als je al zes jaar alleen woont en er opeens iemand bij je woont die soms best veel en hard praat, dan is dat even wennen…
– ‘Oh nee hoor, ik heb niet zoveel spullen,’ zei Mathijs. MATHIJS IS EEN LEUGENAAR.
– Ik ben erachter gekomen dat ik niet goed kan werken of leven of ademen als mijn ons hele huis vol dozen staat.
– En als iemand anders de kasten opnieuw gaat indelen, kun je niets vinden.
– Ik dacht dat je pas veel moest wassen als je kinderen krijgt, maar ik heb nu al tachtigduizend wassen gedraaid.
– Laat ik ook maar eindigen met positieve dingen. Ik hoef niet meer de keuken schoon te maken, vuilniszakken weg te brengen en zware dingen te tillen. Om over het hebben van een persoonlijke chef in huis nog niet eens te spreken!
– Het is fijn om samen iets op te bouwen, om het ons huis te kunnen noemen en om allebei onze namen bij de bel te hebben.
– We hoeven niet meer in de agenda’s te kijken wanneer we kunnen afspreken.
– Waarschuwing: klef. Ik word elke dag wakker naast de leukste jongen evah.
– En dan nog eentje extra: hopelijk komt er binnen een paar maanden een kat bij!

Dus al met al bevalt het me. Gelukkig maar, want om nou weer te moeten verhuizen…

That’s life

Hoe staat het ermee? Nou, zo ongeveer:

– Ik besefte dat ik normaal altijd een blog maak over mijn vakanties/weekendjes weg, maar dat heb ik bij de laatste eigenlijk helemaal niet gedaan. In maart ging ik een paar dagen met Mathijs naar een hotel in de Achterhoek. Even ergens anders, even uitrusten dacht ik. Maar ik had er even niet bij stilgestaan dat zo’n weekendje weg heel anders in coronatijd. Je kan niet spontaan een winkel in (toen nog niet, nu weer wel) of ergens lunchen: spontaniteit bestaat niet. En dan die prikkels: dat ben ik helemaal niet gewend. Mijn leven bevindt zich vooral in Utrecht en dan vooral in mijn eigen wijk. Ik ben het niet meer gewend om drie dagen alleen maar dingen te zien die ik niet ken. Dus uitgerust? Niet bepaald. Maar voor de rest natuurlijk wel #blessed dat het even kon!
– Over het samenwonen konden jullie natuurlijk al lezen.
– Ik wist wel dat ik diep van binnen een oma was, maar dat komt nu helemaal tot uiting. Iedere dag sta ik even in de tuin te kijken naar mijn plantjes en ik ga dus ook liever tuinieren dan in de zon liggen. Ik ben zelfs aan het puzzelen geslagen (en ook weer mee gestopt, want te ongeduldig). Alleen jammer dat ik ondanks mijn oma-zijn toch nog geen vaccinatie heb gekregen.
– Geen 10 redenen waarom de lente leuk is-blog van mij, maar ik word wel meteen blijer van de zon die vaker tevoorschijn komt.
– Ik heb een nieuwe vaardigheid ontwikkeld: het geven van online workshops. Vooral in improvisatie (als in toneelspelen), maar binnenkort geef ik ook een workshop waarin ik een gedicht analyseer met een groep. Later meer hierover!
– Naast de online workshops ben ik ook bezig met een toneelproject met Daniëlle. En ja, sorry, ook hierover later meer.

Zo, nu zijn jullie weer helemaal op de hoogte. Dan ga ik weer verder in de tuin.

Our house, in the middle of the street

Je hebt een relatie en je wil wat: samenwonen. Maar dat is nog zo makkelijk niet. Want je hebt een relatie met iemand die heel veel doet, waaronder muziek maken en laat dat nou net niet gaan in je woning. Iets met geen ruimte en vooral veel gehorigheid. Dus moet je lover een muziekstudio zoeken. In Utrecht of omgeving. Voor een redelijke prijs.

Dat is dus ongeveer net zo moeilijk, zo niet moeilijker, als een huis vinden voor een redelijke prijs in Utrecht.

Ik moet toegeven, ik ben ongeduldig aangelegd en was op een gegeven moment de hoop verloren. Zelfs Mathijs, de rasoptimist, begon het op een gegeven moment somber in te zien. Als het zo doorging, zouden we pas in 2030 samenwonen, zo ongeveer tegelijkertijd met het eindigen van de coronacrisis dus. Maar toen gebeurde er een wonder.

Want het is hem gelukt. Een muziekstudio. Voor een redelijke prijs. In Utrecht. En ik zal het nog gekker maken: in de wijk naast de onze, dus hij kan er zelfs lopend naar toe.

1 juni gaat het gebeuren. Dan is er opeens iemand die altijd het keukenkastje open laat staan en vergeet zijn schoenen uit te doen in huis, maar ook iemand die me wakker maakt met een kus en voor me kookt. Dan zijn we samen. In ons huis, in het midden van de straat.

I need a little alone time

Het is je vast niet ontgaan, maar ik ben dus een introvert. Dat betekent niet dat ik niet sociaal ben (waarom schijnen mensen altijd te denken dat introverten geen vrienden hebben?) of nooit buiten kom, maar wel dat ik oplaad door alleen te zijn.

Nu wil het toeval dat ik een extraverte vriend heb. Dat was even wennen, want ik kom uit een familie vol introverten (mijn vriend vindt het soms lastig dat het zo vaak stil is tijdens het eten in het ouderlijk huis, maar voor ons is dat heel normaal) en er zit geen enkele echte extravert tussen mijn vrienden. Ik moest wennen aan zijn soms luide en vele gepraat en hij moest wennen aan… mijn tijd alleen.

Want soms heb ik rust nodig. Als ik dagen achter elkaar ’s avonds iets sociaals heb, dan wordt het te veel. Ik wil even geen mensen, gewoon alleen ikzelf en Meredith (ja, ik ben nog steeds bezig met Grey’s Anatomy). En hoewel Mathijs echt niet zo vermoeiend is, kan niets op tegen die tijd alleen.

Eerst vond hij dat nog lastig, want wist ik wel zeker dat het niet aan hem lag? Vond ik hem nog wel leuk? Ja, of course!

Nu hebben we een goede oplossing gevonden en wel in een liedje van Rufus Wainwright. Elke keer als ik alleen wil zijn, dan zing ik gewoon: ‘I need a little alone time.’ En Mathijs, die begrijpt me.

Twee

Rond deze tijd komen altijd alle terugblikblogs en dat zette me aan het denken: want ondanks deze coronatijd zijn er toch twee Grote Dingen gebeurd in mijn leven dit jaar.

1. Ik kreeg een nieuwe baan
Anderhalf jaar lang drie uur reistijd per werkdag begint je op een gegeven moment op te breken. Bovendien was ik op zoek naar meer zingeving in mijn werk en dat kreeg ik. Mijn reistijd is nu een kwartier fietsen (of nou ja, niet nu, want ik ga niet naar kantoor, maar theoretisch gezien dan) en het kantoor zit bovendien in de binnenstad van Utrecht. Het werk is nooit saai, ik leer steeds bij en ik heb de leukste collega’s ooit (de leukste collega vind ik toch wel Mathijs, die ik heb binnengesleept als freelancer). Deze valt in de categorie Heel Goede Beslissing.

2. Ik kreeg een nieuw huis
Nou oké, deze valt ook in de categorie Heel Goede Beslissing en is ook een Groot Ding. Een intelligente lockdown in een studio van 28 vierkante meter is niet per se aan te raden. Ik had ruimte nodig en vooral een afgesloten slaapkamer. En dat kreeg ik. In een mooie wijk, dichterbij het station en het centrum en met een Tuin (ja, die mag ook met een hoofdletter). Er komt nog een blog over, maar ik heb er ook een nieuwe hobby bij: tuinieren.

Dat was 2020. Maar gaan er in 2021 ook Grote Dingen gebeuren? Jawel, ook weer twee (van wat ik nu kan voorzien natuurlijk).

1. Ik ga samenwonen met Mathijs
Ja, je bent verliefd en je wil wat. Wanneer we precies gaan samenwonen, is nog niet duidelijk. Daar zijn namelijk twee dingen (‘Ik zie echt een patroon, alles is met tweetallen, dit kan geen toeval zijn’) voor nodig. Ten eerste moet Mathijs een muziekstudio huren, want (weer twee redenen) dat past hier niet en het is een jarendertighuis, dus ik denk niet dat de buren er blij mee zullen zijn (mocht je heel toevallig een muziekstudio/ruimte weten in Utrecht of omgeving, let me know). En het handige van dat ik al verhuisd ben, is dat je kunt wennen. Niet hoppa, meteen in een keer samenwonen, maar in stapjes. Dus daar zijn we nu mee bezig. In coronatijd is dat weer anders dan in het gewone leven, zeker met een introvert en een extravert, maar dat komt vast goed.

2. We gaan een kat nemen
Ja sorry, ik word nog geen mommyblogger, eerst maar een kat. Als Mathijs hier eenmaal woont, gaan we op zoek naar een kat. Geen schattige kitten, want twee (‘TWEE’) redenen: dan zou ik er het liefst twee willen (‘TWEE’), maar daar is niet genoeg ruimte voor. En kittens zijn heel leuk, maar ook heel stout, dus je moet ze opvoeden en daar heb ik nu geen zin in. Nee, het wordt gewoon een lieve, oude kat. Die worden ook minder vaak geadopteerd, dus dan scoor ik weer wat karmapunten.

Spanning en sensatie dus. Uiteraard houd ik jullie op de hoogte!

Dani Banani

Acht jaar geleden en in een ander leven leerde ik Daniëlle kennen. Ik studeerde Literatuurwetenschap in Leiden en was net in Oegstgeest gaan wonen, op mezelf. Ik wist nog niet wat me te wachten stond bij mijn minor journalistiek en al helemaal niet bij de studententoneelvereniging waar ik nu naar toe was gegaan voor een open avond. Daar leerde ik namelijk mijn ex kennen en… Daniëlle (en Anand, maar sorry Anand, deze blog gaat wederom niet over jou).

Ze bleek ook in Oegstgeest te wonen, in hetzelfde gebouw. Ze ging ook naar de sociale activiteiten buiten de toneelvereniging om, sterker nog, ze zat in het bestuur. Ik vond haar aardig. Soms ging ik mee naar de pubquizzen die het café waar ze werkte organiseerde. Ik ging met Daniëlle om, zoals je met veel mensen omgaat in zo’n vereniging: je spreekt elkaar wel, je ziet elkaar veel, maar dat is het dan ook.

Ik weet dan ook eigenlijk niet meer hoe de omslag kwam. Ik weet dat het uit was met mijn ex en ik naar Rotterdam verhuisd was, maar ik soms nog in Leiden moest komen voor andere dingen en ik toen met haar afsprak. Tot nu toe was onze vriendschap (kennisschap?) op de oppervlakte gebleven, maar ik vertelde iets persoonlijks over mezelf dat ze bleek te herkennen. Vanaf toen werden we Echte Goede Vrienden.

Natuurlijk, we praten over A Very Potter Musical en over toneel. Maar we praten vooral over onze gevoelens. Intussen is Dani Banani, zoals ik haar ben gaan noemen, ook een groot fan van mijn blog geworden. Elke keer als er een nieuwe is, krijgt ze automatisch een e-mail en laat ze weten wat ervan vond (ze vindt het natuurlijk altijd geweldig).

Een behoorlijke tijd geleden vroeg ze: “Kun je deze bepaalde datum vrijhouden in je agenda?” Ik dacht: okeeeee. En toen zei ze: “Want DAN GA IK TROUWEN.” Ik voelde me vereerd dat ik erbij mocht zijn en extra cool: het zou plaatsvinden in het museum waar zij en haar verloofde werkten (en elkaar dus ook hadden leren kennen). Ik keek ernaar uit.

In februari gingen Mathijs en ik naar Leiden en terug naar Oegstgeest. Speciaal voor Daniëlle (oké en ook wel een beetje voor haar vriend). We speelden bordspelletjes, ook al houd ik niet van bordspelletjes, maar je moet wat over hebben voor je vrienden. Ik zou hen snel weer zien op de bruiloft.

Maar toen kwam corona. De bruiloft ging niet door. Afspreken ging niet door. Dus besloten we maar een andere vorm van contact te houden. Nu luister ik tijdens mijn lunchpauzes naar haar stem, lopend door Utrecht. Of ik praat tegen haar. Inmiddels zitten we op uren aan voice messages, gebaseerd op de aantekeningen die we maken die ook steeds langer worden. We praten over jeugdherinneringen, werkperikelen, onze lovers en vooral heel veel random dingen. Ik ben in die maanden meer over haar te weten te komen dan al die jaren daarvoor. En in een van de voice messages vertelde ik dat ik bezig was met een blog over haar.

Ik kan niet wachten totdat ik haar weer in het echt zie.

Vrij zijn

Ik heb een week vrij. En nou ja, dat heb ik ook wel nodig. Sinds april ben ik gestart bij mijn werk en heb ik eigenlijk geen vrij gehad. Ja, een dagje hier, een dagje daar en oh ja, een week vrij toen ik moest verhuizen: dat is dus alles behalve vrij, kan ik je vertellen. Ook was ik de laatste weken erg druk op werk vanwege onze nieuwe website (check hem hier!!! #trots), dus kan ik wel een beetje rust gebruiken.

Er zijn wel wat mensen die het proberen: ‘Ga je nog ergens heen?’ Maar waar moet je eigenlijk naar toe gaan? Natuurlijk zijn er mensen die alsnog het vliegtuig pakken, maar ik acht mezelf wel verstandiger dan dat. Wel was het de bedoeling dat ik een paar dagen naar Breda zou gaan met Mathijs (doordeweeks, want rustiger), maar daar is zonder horeca ook niet zoveel aan.

Dus wat nu? Gelukkig heb ik me tijdens de coronacrisis nog geen seconde verveeld en ben ik daar nu ook niet bang voor. Er zijn vriendinnen met baby’s die bewonderdmoeten worden, huizen waar samengewoond wordt die bekeken moeten worden en mijn tuin vraagt ook weer aandacht (heerlijk, met een tuin is het echt: het houdt niet op, niet vanzelf, maar dan positief).

Waar ik in het begin van deze tijd bang was, ben ik nu gewend aan het ritme. Ik heb het prima naar mijn zin met mezelf, met Mathijs en de vrienden en familie die ik af en toe op afstand zie. Elke keer als ik naar kantoor ga, is een feestje (niet letterlijk!!!). Ik rommel wat aan in huis, in de tuin, ik scharrel een beetje rond in de buurt. Als ik me dan in een andere omgeving bevind, dan doet dat wat met me. Mijn ogen zijn de polders in de ouderlijke omgeving niet meer zo gewend, de grachten in de stad of mensen die ik niet ken prikkelen meer dan anders.

Ja, ik ben rustiger. Maar eigenlijk… ben ik alsnog niet vrij.